skip to Main Content
Reisberichten: La Palma

Reisberichten: La Palma

La Palma september 2019

Nu de Covid-19 maatregelen zijn versoepeld, kunnen we weer reizen. Helaas kunnen we nog niet naar alle landen en bestemmingen. Aan de andere kant moeten we voorzichtig blijven en op onze gezondheid en die van anderen letten. Gelukkig hebben we de verhalen en foto’s van eerdere reizen.

In september 2019 waren mijn echtgenote Loes en ik op La Palma. Dat was al voor de vierde keer. En dan moeten we natuurlijk mijn lievelingsplant, Aeonium nobile zien, de enige roodbloeiende aeonium. Deze groeit onder andere in de Barranco de los Angustias (de kloof van de angsten) en in de buurt van El Time, hoog tegen de wand van dezelfde kloof en in de volle zon.

Je komt in de Barranco de los Angustias door vanuit de stad Los Llanos een smalle en zeer bochtige weg te volgen. Het vergt behoorlijk wat manoeuvreerwerk om een tegenligger te passeren. Parkeren langs de weg is dan natuurlijk helemaal uit den boze. Aan het begin van de weg staat daarom een verbodsbord. De Spaanse tekst “Toda la via” betekent “langs de hele weg”. Om te voorkomen dat domme Hollanders misschien denken dat het zoiets betekent als “vier het leven”, hebben ze het maar vertaald (zie de foto). Maar ik betwijfel of het er begrijpelijker van wordt.

Op La Palma was het bijzonder droog. Heel veel planten, waaronder veel aeoniums zagen er volkomen verdord uit. Maar A. nobile met zijn dikke, bijzonder succulente bladeren zag er op veel plaatsen nog redelijk uit. Wel vaak rood tot goudgeel verkleurd, maar dat maakt dat de plant, zeker in de zon, er gewoon uit knalt. Hoewel de soort in juni-juli bloeit, vond ik ook nu nog een bloeiend exemplaar. Deze plant was nog aan de kleine kant. Waarom hij dan toch ging bloeien is mij niet duidelijk.

De bloei van A. nobile is eindstandig en omdat de plant zelden zijscheuten maakt zal zij na de bloei dan ook afsterven. Van die planten zie je dan alleen nog wat totaal verdroogde blaadjes en de enorme vertakte en ook verdroogde bloemstengel. Die zit wel vol met het stoffijne zaad.

Tekst en foto’s Theo Heijnsdijk

Back To Top