skip to Main Content

Op het verlanglijstje: Tanzania

Door de Covid-19 maatregelen zijn we zeer beperkt in onze reismogelijkheden. Dat is jammer. Aan de andere kant moeten we voorzichtig blijven en op onze gezondheid en die van anderen letten. Gelukkig hebben we de verhalen en foto’s van eerdere reizen. Ik kijk nu al uit naar het moment dat we onbezorgd kunnen reizen. Dit is de laatste publicatie in de reeks van corona-reisverhalen.

Een paar jaar geleden was het hip om een bucketlist op te stellen en deze af te werken. Op deze list staan de zaken die je zeker een keer in je leven hebt moeten doen. Ik heb geen bucketlist, wel een verlanglijstje met hierop zaken waarvan het mooi zou zijn als ik ze gedaan zou hebben. Zo niet, jammer, maar geen man overboord.

Tanzania staat op mijn verlanglijstje, niet op die van mijn vrouw en mij samen. De reden is eenvoudig; een reis naar Tanzania is voor mij een natuurreis: landschappen, planten en dieren. Daar doe ik mijn vrouw geen plezier mee. De interesse in Tanzania werd jaren geleden gewekt toen ik startte met het kweken van monadeniums. In de boeken en tijdschriften las ik, in het pré internet tijdperk, dat meerdere soorten van nature voorkomen in Tanzania. Of beter, in de oude literatuur staat beschreven dat ze voorkomen in Tanganyika.

In 1964 verenigden Tanganyika en Zanzibar zich in de republiek Tanzania. De naam van het land bestaat uit delen van beide landnamen. De geschiedenis gaat verder terug dan 1964. Tanzania werd zo’n 2 miljoen jaar geleden al bewoond door mensachtige wezens. In de in het noorden gelegen Olduvaikloof zijn fossielen van menselijke voorouders gevonden. Toen wij hier nog in berenvellen rondliepen, kende de Urewe-cultuur zo’n 2.500 jaar ijzersmelttechnieken en maakten ze aardewerk. Er werd al vanaf de 4e eeuw handel gedreven met de arabieren. Een oude cultuur dus.

Tanzania is als het gaat om natuur onder andere bekend door de Kilimanjaro, de in het noorden gelegen hoogste berg van Afrika, het Nationaal Park Serengeti en Tarangire National Park. De meeste natuurliefhebbers bezoeken het land vanwege de grote zoogdieren: olifanten, zebra’s, giraffen, buffels, antilopen, etc. Het land herbergt meerdere vegetatietypen, van tropisch regenwoud, savannes tot kustvegetatie. Ieder vegetatietype kent zijn eigen planten. Tanzania herbergt niet alleen veel succulenten, maar ook een diversiteit aan orchideeën. Als we ons beperken tot de succulenten, dan groeien er naast de monadeniums meerdere Euphorbia en Aloë soorten, de Afrikaanse baobab Adansonia digitata, Adenium obesum, Drimiopsis maculata, maar ook meerdere vertegenwoordigers van de familie der Asclepiadaceae. Een rondje over het internet leert dat een groot aantal kamerplanten van nature in Tanzania voorkomt, denk aan Schefflera, Streptocarpus en Dracaena.

Nog even geduld hebben.

Tekst: Peter Knippels, foto’s: Wiebe Bosma
Back To Top