Monilaria “zombiei”

Monilaria “zombiei”

In september 2014 bezocht ik de ELK. De ELK is de grootste succulentenevenement in Europa, en heeft verspreid over drie dagen een grote plantenbeurs en lezingen. Op de stand van de Mesemb Study Group kocht ik een mooie Monilaria plant; Monilaria sp. SH2211 uit Kalkgat. Monilaria zijn zulke intrigerende planten! Ze zien er in zomerrust uit als een paar dode twijgjes. Zo ook de plant die ik kocht, want de plant was op dat moment nog steeds in zomerrust. Bezoekers aan de ELK die niet bekend zijn met Monilaria zullen zich wel afgevraagd hebben waarom de verkoper dode takjes probeert te verkopen. En wat zouden ze denken van bezoekers die dan ook daadwerkelijk hun geld aan een dood plantje gaan uitgeven? Ik kocht eens een plantje van Massonia longipes tijdens een zomer op de beurs van Ubink. Ook deze plant was in zomerrust. Een Massonia bestaat tijdens de rust alleen uit een bol dat onder de grond zit. Je koop ogenschijnlijk alleen een potje gevuld met wat grond. Dat kan ook bij sommige bezoekers een wenkbrauw hebben doen fronzen! Maar zoals Massonia al snel n het najaar laat zien dat er ook leven in de grond verborgen zit, zal ook Monilaria dat in het najaar snel laten zien. In de late zomer of de vroege herfst horen dan twee konijnenoortjes-lijkende bladeren vanuit de ‘dode takjes’. Althans, normaal gesproken. Ik keek uit naar het zien van de konijnenoortjes. Hoe zou deze Monilaria zonder verdere soortnaam eruit komen te zien? Ik wist dat het dunne slierten zouden moeten worden, als ik tenminste op de beschrijving van Mesa Garden af zou moeten gaan. De plant kwam hier vandaan, aldus het etiket dat bij de plant werd geleverd. Het catalogusnummer op het etiket is makkelijk opzoekbaar op de website van Mesa Garden. September ging voorbij, maar mijn Monilaria leek nog steeds in zomerrust. Alle andere winteractieve succulenten die ik had waren op dat moment allang actief aan het groeien, en zelfs bloeien. Maar ik bleef hoopvol, en bleef de Monilaria desondanks af en toe wat water geven om te proberen het uit de zomerrust te halen. Oktober kwam, en ging weer voorbij. Nog steeds niet. Ik begon wat ongerust te worden. November kwam, en de weken gingen weer voorbij. Ondertussen waren de winteractieve planten voor het grootste deel wel weer uitgebloeid en hadden geprofiteerd van de zonnigste herfst die we in jaren hadden gehad. Maar mijn Monilaria sliep er gewoon doorheen. Misschien dat mijn Monilaria volgend seizoen zich van een betere kant laat zien? Voor nu had ik maar alvast besloten om te zien of er ook daadwerkelijk een volgend seizoen zou zijn. Ik pakte er maar een mes bij, en peuterde voorzichtig een stukje van de epidermis weg. Eigenlijk had ik de verwachting dat de epidermis een lege huls zou zijn, met daaronder een leegte waar ooit levend weefsel had gezeten. Tot mijn verrassing stuitte ik meteen op gezond groen weefsel. Dus de plant was nog ‘gewoon’ in leven! Maar waarop werd het niet wakker om drie maanden van prima herfstweer te moeten missen. En nu eenmaal in het donkere december pas misschien wakker worden? Dus het leek erop dat het toch nog goed zou komen. Ik weet dat wanneer een Monilaria eenmaal wakker is, het bladpaar in de vorm van konijnenoortjes ineens tevoorschijn kunnen schieten om in een week of twee of drie tot volledige grootte uit te groeien. Tenminste, met goed herfstweer en een regelmatige scheut water. Maar deze Monilaria nam zijn tijd, en zonlicht was ondertussen in december nauwelijks meer te zien. Een week later nadat ik met de mes in de weer was geweest, zag ik het groene weefsel voorzichtig door de epidermis heen komen. De konijnenoortjes kwamen langzaam tevoorschijn. Maar ik vreesde dat het nieuwe bladpaar nooit meer volledig zich zou kunnen ontwikkelen onder de huidige omstandigheden, zeker niet voordat de plant in het voorjaar weer in zomerrust zou gaan als het de huidige zombie-snelheid zou aanhouden. Ik weet dus nog niet welke precieze soort mijn Monilaria is. Maar door zijn vreemde rust- en groeiregime lijkt mijn plant noch levend, noch dood. Ondood lijkt het meest van toepassing, als een zombie. Daarom noem ik mijn plant voor nu maar even Monilaria “zombiei”. Dat is tenminste een naam die vooralsnog de meest passende beschrijving biedt van de bij mij bekende eigenschappen van deze plant… OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Sluimerende Monilaria sp. SH2211 uit Kalkgat in begin december, zeer langzaam wakker wordend. Wakkerder dan dit zal deze Monilaria dit groeiseizoen niet meer worden.

Vergelijkbare berichten

  • Trichodiadema cf. bulbosum

    Door de corona-crisis kunnen we helaas niet reizen. Tot de tijd dat we weer op pad mogen moeten we het doen met herinneringen. In Huntington Gardens in Californië vind je ook succulenten uit andere werelddelen. Deze plant lijkt op een cactus, in het bijzonder op mammillaria’s, maar is het niet: Trichodiadema cf. bulbosum uit Zuid-Afrika….

  • Vaste zaaimomenten

    Vaste zaaimomenten Voor sommige activiteiten is het beter op het weer te letten, zoals bij het besluit wel of geen water te geven. Of om te bepalen of je meer of minder ventilatie wil geven. Bij andere is het beter om de kalender in de gaten te houden. Het moment van zaaien is voor mij…

  • Mammillaria hernandezii

    Deze prachtige klein blijvende mammillaria is relatief nieuw, want ‘pas’ in 1983 beschreven. De plantjes worden in de natuur niet groter dan 2,5 cm (diameter en hoogte). De doorntjes die enigszins kamvormig aan de iets wollige areolen staan, zijn ongeveer 2 mm lang. De plant is niet zo gemakkelijk in de cultuur, vooral ook omdat…

  • Yosemite National Park

    Door de corona-crisis kunnen we helaas niet reizen. Tot de tijd dat we weer op pad mogen moeten we het doen met herinneringen. Vroeger werden de Verenigde Staten gezien als het land van de onbeperkte mogelijkheden. Velen trokken ernaar toe om een nieuw leven op te bouwen. Voor ons is het nu een vakantieland. Bezoeken…

  • Echinocereus x roetteri

    Deze prachtig bloeiende Echinocereus is al zo’n 125 jaar bekend. Hij is in 1885 beschreven als Cereus roetteri, vernoemd naar de heer P. Rötter. Later is gebleken dat het hier vermoedelijk om een natuurhybride gaat. Een kruising dus die in de natuur, zonder menselijk toedoen, is ontstaan. Vandaar de letter x voor de soortnaam.  De…