skip to Main Content
Agave Victoriae Reginae

Agave victoriae reginae

vicreg 1

Agave victoriae reginae wordt alom als een van de mooiste agaven beschouwd. Bovendien is het een van de weinige ‘klein’ blijvende soorten. Een volwassen exemplaar wordt  50 tot 70 cm in diameter, maar in ons klimaat duurt het jaren, voordat die grootte bereikt is en daardoor blijft de plant heel lang voor de verzamelingen en zelfs voor de vensterbank geschikt.

Deze prachtige agave (wie kent hem niet?) is afkomstig uit de staat Nueva Leon in het Noorden van Mexico. Daar groeit ze op ongeveer 800 meter hoogte op steenachtige hellingen. Inmiddels zijn er meer groeiplaatsen bekend waar dan ook weer iets afwijkende vormen groeien.

Een goed gekweekte A. victoriae-reginae (zie de foto hiernaast) is een lust voor het oog en een pronkstuk in elke verzameling.  Ze vormt een onberispelijk, bolvormig rozet van talrijke even lange, stijve, dicht opeenstaande, kielvormige, bladeren, die dof-olijfgroen van kleur en hoogstens 15 cm lang en 5 cm breed zijn. De bladranden zijn wit en zonder stekels. De top van het blad eindigt in een zwarte, iets gekromde stekel van bijna 2 cm lengte. Bij sommige vormen is de eindstekel ook nog voorzien van twee kortere zijstekels. Boven- en onderzijde van het blad zijn ook nog voorzien van een patroon van schuin verlopende, brede witte strepen. Dit alles geeft een bijzonder fraai effect zoals op de grote foto te zien is. Het beeld doet mij enigszins aan een groepje pinguïns denken. Deze foto mavicreg 2akte ik in december 2009 in de cactustuin ‘Cactualdea’ vlakbij het plaatsje San Nicolas de Tolentino op Gran Canaria.

De plant met de bloemstengel op de andere foto was uitgebloeid en lag gewoon los op het voetpad.

De bloei kan 20 tot 30 jaar op zich laten wachten maar onder gunstige omstandigheden kan het ook veel sneller. De bloeistengel wordt 2 tot 4 meter hoog en de bloemen zijn geelachtig in allerlei varianten, vaak met een purperrode tint.

In een oude ‘Succulenta’ las ik over een plant in Amerika van 8 jaar oud die ging bloeien. De bloeistengel droeg 1805 bloemen, waarvan er 441 zaad gaven. Geen wonder dus dat je de soort voor een schappelijk prijsje  in alle zaadlijsten tegenkomt.

De behandeling: voedzame, klei bevattende grond, een niet te grote pot, ‘s zomers rijkelijk water en ‘s winters een niet te warme standplaats met zo weinig mogelijk vocht. De plant spruit bijna niet en wordt dus in de regel uit zaad vermenigvuldigd.

 

Back To Top