Conophytum burgeri – deel 6/6

Conophytum burgeri – deel 6/6

Conophytum burgeri – deel 1: succulenta.nl/conophytum-burgeri-deel-16/ Conophytum burgeri – deel 2: succulenta.nl/conophytum-burgeri-deel-26/ Conophytum burgeri – deel 3: succulenta.nl/conophytum-burgeri-deel-36/ Conophytum burgeri – deel 4: succulenta.nl/conophytum-burgeri-deel-46/ Conophytum burgeri – deel 5: succulenta.nl/conophytum-burgeri-deel-56/
Doorbrekende bloemen Wanneer helemaal kaal gepeld, is goed te zien hoe transparant het plantenlichaam van een Conophytum burgeri eigenlijk is. Toen ik de bloem van de ene bloeiende C. burgeri ontdekte, heb ik uiteraard ook gelijk de andere plantjes die ik had bekeken, om te zien of deze ook zouden bloeien. Ik zag geen bloemen, maar bij een van de andere plantjes zag ik middenin het transparante plantenlichaam wel iets. Het was lastig te zien wat het was, maar het was zeker geen normaal weefsel van een plantenlichaam. Ik veronderstelde dat ik een bloem in wording zag, die zich langzaam in een richting van de buitenzijde begaf. Een paar dagen later bleek ik mezelf gelijk te kunnen geven, en zag ik de tweede bloem bij deze plant verschijnen. Van bijna alle mesemsoorten verschijnt de bloem in een opening tussen de twee afzonderlijke bladparen. Het bladpaar zelf blijft ongeschonden. Er zijn echter een paar mesemsoorten waar de bloem zich letterlijk door de epidermis van de plant heen moet werken; Muiria hortenseae, Conophytum hammeri en natuurlijk Conophytum burgeri. Bij een Muiria hortenseae doorboort de bloem de harige epidermis wanneer de plant in zomerrust gaat. Op dat moment wordt het plantenlichaam zacht (waardoor je waarschijnlijk ten onrechte het idee krijgt dat je Muiria aan het rotten is), waardoor de bloem zich betrekkelijk makkelijk door de epidermis heen kan werken. Bij C. burgeri en C. hammeri gebeurt dit op het moment dat de plant eigenlijk net in groei is.
Dit artikel is in een Engelse vertaling eerder verschenen in Mesemb Study Group bulletin volume 30, nummer 3, juli 2015.

Vergelijkbare berichten

  • Avonia quinaria deel 5 (slot)

    De vorige 4 stukjes gingen over de witbloeiende Avonia quinaria ssp. alstonii. Deze werd vroeger beschouwd als een aparte soort (Anacampseros alstonii) maar tegenwoordig dus als variëteit van Avonia (vroeger Anacampseros) quinaria. Deze ziet er inderdaad ongeveer hetzelfde uit, maar de bloemen zijn niet wit  maar wat in de boeken ‘karmijnrood’ heet. Zie de grote foto….

  • Euphorbia atropurpurea

    Iedereen die wel eens op de Canarische eilanden geweest is kent wel die leuke struikvormige en bonsaiachtige Euphorbia’s. Meestal is dat E. balsamifera. Die komt op alle Canarische eilanden voor. Euphorbia atropurpurea is een soort die op Euphorbia balsamifera lijkt. Maar de bloei is totaal anders. Vanuit de top ontspringen 5 tot 15 steeltjes die…

  • Dendrocereus nudiflorus

    Door de corona-crisis kunnen we helaas niet reizen. Tot de tijd dat we weer op pad mogen moeten we het doen met herinneringen. Een stukje over een relatief onbekende cactussoort. Eentje waarvan ik in mijn 35-jarige lidmaatschap van Succulenta nog nooit van had gehoord. Tot ik 2018 in Cuba het zeer toeristische schiereiland Varadero bezocht….

  • Copiapoa cinerea

    Copiapoa’s komen oorspronkelijk uit Chili, waarbij de geslachtsnaam Copiapoa verwijst naar de stad en provincie Copiapo. Deze Chileense regio is echter niet de enige plek waar Copiapoa’s vandaan komen. De oorspronkelijke vindplaats van Copiapoa’s is de noordelijke helft van Chili, dat voor een groot deel bestaat uit de Atacama woestijn. Copiapoa cinerea en zijn varianten…

  • Massonia longipes – deel 3/6

    Massonia longipes – deel 1: succulenta.nl/massonia-longipes-deel-i/ Massonia longipes – deel 2: succulenta.nl/massonia-longipes-deel-ii/ Bloeistadium De meeste winteractieve succulenten bloeien in de nazomer (augustus en september), met name de mesems. In de meest donkere maanden van het jaar (november, december en januari) zijn het vooral de Massonia’s die met hun kleur en geur de winter kunnen opfleuren….