Leem als substraat – deel 3/4

Leem als substraat – deel 3/4

Leem als substraat – deel 1: succulenta.nl/leem-als-substraat/ Leem als substraat – deel 2: succulenta.nl/leem-als-substraat-deel-24/
4 – Leem lost makkelijk op in water Met name vanwege de derde eigenschap (“Vocht verspreidt zich in leem snel en gelijkmatig”) vind ik leem een prima substraat voor het zaaien. Mijn zaailingen heb ik in kleine potjes, en die staan met z’n allen weer in lage krat. Als ik de zaailingen water geeft, zet ik een zo’n krat in een grote bak met water en laat de potjes zich in een korte periode helemaal volzuigen met water. Een efficiënte manier van watergeven met weinig risico voor het omver vallen van zaailingen, wat zou kunnen gebeuren als je de potjes van bovenaf bewatert. Wel ligt er hier een ander groot gevaar op de loer. Leem in potjes heeft de neiging om makkelijk met het water te mengen en eenmaal in water opgelost met wegvloeiend water mee te spoelen. Dit zou als gevolg kunnen hebben dat zodra je de krat met de zaailingen weer uit de bak met water optilt, en het overtollige water uit de potjes spoelt, er ook leem zal mee spoelen. Meestal vanuit de onderste lagen. Hierdoor kunnen er holle ruimtes onderin de potjes ontstaan. In eerste instantie is dat visueel aan de potjes zelf niet te merken. Je merkt het pas als de holle ruimte dusdanig groot worden dat de omliggende leem door vocht zacht wordt en het begeeft. Zaailingen zakken dan ineens in de holle ruimte en raken bedolven door het leem rondom de holle ruimte. Of erger; ze worden massaal weggespoeld, en moet je de ronddrijvende zaailingen in de bak water maar weer bij de juiste etiket zien te puzzelen. Een oplossing voor dit probleem is om een laagje fijn grit of kiezels onderin te pot te leggen om de gaten van de pot enigszins af te dekken. Zo vormt het grit of de kiezels een buffer en is er geen directe open verbinding tussen het water en het leem. Leem en langdurige vochtigheid Bij het zaaien houd ik de potjes altijd een tijdje in een afgesloten plastic zakje. Hierdoor blijft het substraat langer vochtig en behoudt het dezelfde vochtigheid, zonder kans om uit te drogen. Door de aanhoudende vochtigheid kan er op een gegeven moment wel algvorming ontstaan. Eventueel ook als het substraat gepasteuriseerd of gesteriliseerd is en er besmetting ontstaan is. Ook bij het gebruik van leem als substraat kan er algvorming ontstaan. Wel heb ik een verschil opgemerkt tussen leem en tussen potgrond als substraat, waarbij de algvorming bij leem duidelijk minder snel aanvangt. Tevens heb ik gemerkt dat de aantasting door alg ook minder intens lijkt te zijn. Substraat met leem lijkt bij het steriliseren of pasteuriseren ook iets minder sterk te ruiken dan een substraat met potgrond. Gezien de vaak wat nare geur die hierbij vrijkomt, is dit wel prettig. Hoewel het verschil weliswaar niet groot te noemen is. Leem op de langere termijn Bij het zaaien van succulentenzaden in een substraat dat bestaat uit (gezeefd) potgrond, heb ik vaak gemerkt dat de toplaag na verloop van tijd korsterig wordt. Er vormt zich een losliggende laag verharde grond die als een losse korst boven de rest van de grond ligt, met opkrullende raden. Vaak wordt het nog slechts door de wortels van de zaailingen bij de rest van de grond gehouden. Heb nooit het idee gehad dat dat kwalijke gevolgen zou kunnen hebben voor de zaailingen, maar erg mooi oogt het in ieder geval niet. Mede dankzij de hierboven beschreven eigenschappen blijft leem in een potje ook op de lange termijn compact, en blijft ook de bovenste laag altijd netjes ogen. (Wordt vervolgd…)

Vergelijkbare berichten

  • Pachypodium namaquanum

    Door de corona-crisis kunnen we helaas nog niet reizen. Binnenkort kan het weer. Tot de tijd dat we weer op pad gaan moeten we het doen met herinneringen. Bij de reis in 2017 naar Namibië waren er twee planten die met stip bovenaan het lijstje stonden die ik wilde zien. Dat waren Aloë pilansii en…

  • Avonia quinaria deel 5 (slot)

    De vorige 4 stukjes gingen over de witbloeiende Avonia quinaria ssp. alstonii. Deze werd vroeger beschouwd als een aparte soort (Anacampseros alstonii) maar tegenwoordig dus als variëteit van Avonia (vroeger Anacampseros) quinaria. Deze ziet er inderdaad ongeveer hetzelfde uit, maar de bloemen zijn niet wit  maar wat in de boeken ‘karmijnrood’ heet. Zie de grote foto….

  • Naar buiten!

    Wiebe Bosma: “ik heb ’s winters een paar Aloes binnen staan. De eerste staat nu weer buiten: Aloe plicatilis. Om verbranding te voorkomen dek ik deze de eerste tijd af met schaduwgaas. Na een tijdje en met wat bewolkt weer gaat dit schaduwgaas er pas af.” Peter Erbuiten: “ik heb nu een aantal Noto’s, Mammillaria’s,…

  • Euphorbia gymnocalycioides

    Euphorbia gymnocalycioides is pas in 1984 ontdekt en beschreven en nog steeds zeldzaam, zowel in de natuur als in de cultuur. De naam zegt al veel: een euphorbia, maar hij lijkt met zijn merkwaardige olijfgroene kleur in niet bloeiende toestand sprekend op een gymnocalycium De soort komt uit Ethiopië en groeit daar op hoogtes tussen…

  • Crassula tecta

    Dit juweeltje is, zoals zoveel kleine crassula’s, afkomstig uit Zuid-Afrika (Kleine Karoo). Ik kocht het als enkelvoudig rozet in 2010 op de ELK van kwekerij ‘Cactees des Combes’ in Frankrijk. In het najaar van 2010 kwam dit rozet in bloei en daarna vertakte het plantje naar een dubbel rozet, zodat er dit najaar 2 bloemstengels…

  • Mammillaria theresae

      Mammillaria theresae zal je niet gauw met een andere plant verwisselen (of het zou met de pas in 2003 beschreven en nog zeldzame Mammillaria roczekii zijn die zowel een overeenkomstige bedoorning als bloeiwijze heeft).  Een bloeiende plant is schitterend. De paars-roze bloemen zijn 3,5 cm in doorsnede en wel 5 cm lang en doen denken…